St. Vincent en de Grenadines

16 april 2021- Qarantaine en vulkaan uitbarsting

28 april - Tobago Cays & eilanden

 

 

 

(Wouter) Onze overtocht van Braamspunt, de monding van de Suriname rivier, tot aan Young Island op St. Vincent duurt 3 dagen en 30 minuten. De afstand is 564 M, met een gemiddelde snelheid van 7,8 Kts.
We hebben stroom mee van 1 tot ruim 2 kts, zeilen 60 tot 90 graden aan de wind, en de golven komen over dwars aan stuurboord. Het is warm en klam in de boot. Het dekluik onder de bijboot hebben we toch maar op een kiertje staan om een beetje frisse wind binnen te krijgen. Totdat een mega golf tegen de romp slaat en liters water via het luik naar binnen komen. Het komt zelfs via het plafont op de vloer. Alle gebruikte handdoeken en dweilen zijn nodig om het droog te krijgen.
Op het Surinaams kust gedeelte waar de diepte naar de 1000 meter gaat komen we Surinaans hoop tegen. Een boorschip op zoek naar nog meer aardolie en aardgas in de bodem.
Op de grens van Brits Gyuana met Venenuela zien we nog meer boorschepen en zelfs wat leek op een drijfende raffinaderij met affakkel vlam. We kunnen er redelijk makkelijk tussendoor zeilen.
De 2de dag gaan we echt mega hard. We maaken onze record dagsfatsnd van 201 mijl !! We gaan in de nacht gemiddeld ruim in de 8 kts over de grond en soms stukken ruim in de 9 kts!!
We zeilen alles op de fok en het 3de rif in het grootzeil. De windvaan heeft alles gestuurd, perfect. Totdat we in de buurt van de Caribische eilanden komen en weer waterplanten tegen komen. De laatste nacht zeilen we maar op de stuurautomaat. De windgenerator kan makkelijk de acuu's vol houden. De relatievewind is continu rond de 19 kts over dek.

 

 

1 april komen we in de ochtend aan op St. Vincent. We kunnen nog op roep afstand de wachtwoorden van de wifi krijgen van de White Pearl die op weg wil naar de Grenadines. De Philos komt vlak na ons binnen.
De volgende dag kunnen we ons laten testen op corona en kunnen we verder ons vermaken in het qaranataine gebied tijdens het paasweekend. We moeten verplicht gebruik maken van een betaalde meerboei a' 20 US dollar per dag. Toch kunnen we ons elke dag goed vermaken. Elke dag gaan we snorkelen langs Young Island.

We kunnen de fok niet indraaien bij binnenkomst. Blijkt dat het draai gedeelte in de trommel, onderzijde van de rolfok, is afgebroken. Met de hand lukt het wel. Dat wordt een reparatie op Martinique of op St. Maarten.
Omdat de reistijd naar St. Vincent van de 15 dagen qarantiane tijd af getrokken mag worden, waren we 7 april na de negatieve corona uitslag en goed gekeurde inklaring vrij om te gaan.

In Suriname hebben we samen met de Philos ons laten keuren op corona, dat was een voorwaarde om St. Vincent binnen te mogen. Na het uitklaren en de laatste boodschappen woensdag 24 maart hebben we de volgende donderdag middag afscheid genomen van Waterland. Na een dagje Peperpot zijn we gezamelijk zaterdag naar Braamspunt gegaan en daar hebben wij de Philos uitgezwaaid.
In de late avond zien we 9 zeeschildpadden op het strand, waarvan 2 daadwerkelijk eireren aan het leggen zijn. Zo komen we toch nog aan een paar extra reistijd dagen.

 

 

De uitslag einde qarantaine krijgen we laat die middag te horen en is de Off Course ook nog net binnen gekomen, tja, dan maar een welkoms drankje op het fort Duivernette eiland. We zijn nog wel even de kant op gegaan, nu het toch mag. Helaas heeft de weg bij de haven geen echte stoep om op te lopen, en het verkeer raced snoeihard langs je, en het is warm uit de wind. Jammer. Dat kan misschien op de terug weg naar het noorden?


Vrijdag zijn we naar het eiland Bequia gezeild en ankeren aan de noordzijde van de Admirality bay.

We willen daar een simkaart kopen van Digicel, water tanken en de was doen.
Lopent door het dorpje Port Elizabeth en langs de waterkant zie je dat het erg rustig is qua toerisme. Bijna alle hotels en horeca zaken zijn gesloten ivm corona.

De volgende dag , zaterdag 10 april, lezen we dat de vulkaan Soufriere is uitgebarsten. In Suriname had ik al gelezen dat de vulkaan langzaam tot leven was gekomen. Eind van de middag zien we de grote rookpluimen van de uitbarsting door de bewolking zichtbaar worden. Tegelijkertijd hangt onze was te drogen aan dek.
Als Saskia met Vera een korte wandeling gaat maken terwijl de was in de wasmachine zit, wordt onze Ikea wastas gestolen uit de wasserette.

De volgende dag worden we wakker in de mist. Mist van heel fijne vulkaanstof. De hele boot is bedekt met een stof laagje. Op alle jachten is men aan het putsen om wat schoon te krijgen. Ook binnen in de boot ligt stof, soms zie je het niet, pas als je je vinger ergens langs veegt zie jet het.
We gaan snel watertanken en verlaten Bequia.

 


Op weg naar het zuiden zien we dat wij niet de enige zijn die deze stof bende wil verlaten. De White Pearl bericht dat zij geen stof hebben bij Tabago cays. Eind van de middag liggen we naast ze bij het eilandje Baradel.

Op Windy kunnen we bij de satelliet gegevens de stof uitbarstingen zien die tot wel 20 km hoogte naar Barbados drijven. Daar in de omgeving daalt het stof en komt met de passaatwind onze richting op. Als we wakker worden ligt de boot weer bedekt met een laagje vulkaan stof. Na een ochtend putsen kunnen we weer stofvrij over dek lopen. We klagen niet, want op St. Vincent en op Barbados en steeds meer eilanden is het veel erger.
Wij kunnen nog steeds snorkelen ondanks dat zelfs het water wat troebel lijkt en de lucht niet meer helder blauw is. De nachten zijn wel vaak kraak helder, voor zo ver je dat kan zien aan de sterren.
Bijna elke avond zoeken de boten die hier liggen elkaar op, bij het strandje van Petit Bateau. Het aantal boten schommelt tussen de 12 tot 16 stuks. Soms zijn wij NL jachten in de meerderheid met de White Pearl, Philos, Off Course en de Avanti, naast de jachten uit de VS, Zweden, Noorwegen, Denemarken, de UK, Canada, Duitsland, en zelfs Nieuw Zeeland.

 

 

 

 

 

 

Op Union Island kunnen we een corona vaccinatie krijgen bij het gezondsheids centrum. Andere zeilers hebben die ook gratis kunnen krijgen, zelfs op andere eilanden van de Grenadines.

 

 

Op Tabago Cays gaat het steeds harder waaien. Vooral met hoogwater hebben we last van de golven. Droog met de bijboot varen lukt ook niet. We gaan naar het eiland Mayreau.
Op Mayreau ligt een prachtig strand. Mooi zacht zand aangelegd voor de bezoekers van cruiseschepen. Maar die zijn hier al lang niet meer geweest. Op het strand ziet het er erg verlaten en een beetje verwaarloosd uit. Dat er geen toeristen meer zijn gekomen sinds de corona uitbraak zie je ook in het dorp. Dat ziet er troosteloos uit. Ze wachten al ruim een jaar op toeristen, meer is er ook niet te doen op dit kleine eiland, met 271 inwoners volgens de kaarten van St Vincent & Grenadines.
Als de geur van verbrand afval plastick evan de vuilnisbelt en de stank van een droge zoutpanne te veel wordt gaan we naar Union Island, maar nu bij Fregate Island .

Bij Frigate Island is een kitesurfschool en liggen een paar jachten voor kitelessen.
Wij gaan op zoek naar een brood, want onze crackers raken op. We lopen via een mooi aangelegd mangrovebos naar Ashton. Toevallig weer op het warmst van de dag.
Vanwege de warmte lopen we direct terug met ons 7 Ec$ = 2,20€ brood. Ook hier weinig activiteiten door corona. Erg jammer voor de bewoners.

 

 

 

De hele Nederlandse vloot verplaats zich ook naar de volgende baai op Union Island, Chatham bay, aan de zuidzijde.
Het nadeel van deze baai is dat er soms overwachts pittige korte valwinden vanaf de heuvel over de baai waaien. Soms liggen we dwars in de baai en dan worden we met een ruk door de wind recht getrokken. Maar het kan ook in omgekeerde volgorde gaan. We verlengen de ankerstopper met de reklijnen uit de VS, om de klappen op te vangen. Dat slaapt stukken beter.
Bij de strandtenten barst de concurentie strijd met het lokken van klanten, door je tegemoet te komen varen met een uitnodiging.: Happy Hour rum punch " , klinkt altijd aanlokkelijk.

In de baai zwemmen heel veel kleine visjes. Saskia klaagt zelfs dat er soms zo veel van zwemmen dat zij het koraal amper kan zien.
In de lucht zweven en duiken veel vogels in de scholen kleine visjes. Vissers verzamelen deze kleine visjes en verkopen die dan door aan andere vissers als aas voor het vangen van grote vissen op zee.

Samen met Oda van de Off Course gaan we wandelen. De hond van de linker strandtent loopt gezellig met ons mee. Als we de grote weg volgen rond om een heuveltop wordt deze afgelost door 3 waakhonden. Deze waakhonden worden steeds vriendelijker en lopen mee tot aan het strand. De herder wil zelfs mee zwemmen naar de Schorpioen achter de bijboot aan.

Elke middag verzamelen we op het strand. Met een drankje praten we over de afgelopen dag, corona gedoe in de wereld en vaak over de toekomst.
Elke ochtend is er yoga waar we gezamelijk aan mee doen, en we doen natuurlijk mee met een gezamelijke wandeling naar een top op Union Island.
Uiteindlijk komt het er van, wij gaan naar het noorden en de rest blijft in het Cararibisch gebied het orkaan seizoen afwachten. Na 2 maanden Suriname en bijna 1 maand hier moeten we afsched nemen van de Philos. De White Pearl en de Avanti zien we waarschijnlijk nog op St. Maarten. De Off Course en de Samadhi blijven in het zuiden.

 

 

Op weg naar Canoan varen we langs Salt Wistle bay op Mayreau. Toch maar even kijken daar.
Het resort waar we in 2006 bij hadden gegeten bestaat niet meer. Het ziet er gestript en triets uit. Naast het terrein liggen nog wel een paar vissershuisjes en zelfs nieuwe kleine winkeltjes te wachten op toeristen.
Op het strand aan de Atlantische oceaan zijde ligt een dikke laag stinkend zeewier. Het zelfde zeewier die we tijdens de overtocht naar Suriname en hier ook bijna overal tegen komen. De geur ruiken we ook erg aan boord. Geen baai om langer te blijven. Het weer zit ook even in de dipje, de wind gaat even weg blijven en de bewolking gaat toenemen.
Dan maar water tanken en stiekem de was doen in een mega duur en luxe jachthaven Marina Sandy Lane op Canouan . Oke, we blijven er een nachtje.

 

 

Op Bequia maken we een mooie wandeling naar Hope bay. Helaas is het strand bedekt met een dikke laag stinkende Sarragossa wier. We haden gehoopt daar even lekker te zemmen bij het mooie witte zandstrand. Via een mooi groen dal lopen we terug naar Port Elizabeth.
De andere wandeling naar de naast gelegen baai trekken we niet door de stank van het wier. De wandeling naar de top van het eiland houden we halverwege voor gezien. Veel te warm en weer op het verkeerde tijdstip van de dag, het warmste natuurlijk met te weinig water in de rugzak.

 

 

 

Dinsdag 4 mei verlaten wij St. Vincent & The Grenadines, we gaan naar St Maarten.