Vertrekken 2020



25 juni - vertrekdag datum ?
28 augustus - Camaret Frankrijk
11 september - Spanje
19 september - Bonkende roeren


 

(Wouter) Donderdag 25 juni was het snik heet, tegen de 30 graden. Aannemer Kell en zijn maatje smolten bijna weg tijdens het klussen aan ons bovenste balkon. Ze trokken het niet meer in de zon en uit de wind.
Ze waren een dak op het bovenste balkon aan het maken.

Tijd om voor het eerst met de Schorpioen het Haringvliet op te gaan. Zonder een klus opdracht.
Even op de fok naar buiten en ankeren achter ons mega anker. Toch stiekem een klusje, de nieuwe ankerstopper testen op de juiste lengte.
Na het afkoelen konden we rustig nadenken over onze vertrekdag. Want die hadden we nog niet. In de 1ste week van augustus was ook veel te vaag, als antwoord op de vraag wanneer we gaan vertrekken.

Vrijdag 7 augustus houden we ons uitzwaai-afscheids-doei-feestje-middag. Zondag 9 augustus met de sluis van 13:15 uur gaan we echt vertrekken.

 

 

 

28 augustus - Camaret Frankrijk

(Wouter) De windvoorspellingen zijn erg veranderlijk. Sinds ons vertrek zijn ze niet echt uit gekomen. We turen dan ook vaak op Windy, Windfinder, Metoffice en met XyGrib naar de laatste voorspellingen.
We dachten de dag na ons vertrek heel de dag en nacht op het Pararasail te kunnen zeilen, maar bij Belgie raakte de wind al snel op. Onze eerste haven werd Nieuwpoort. Ook de eerste kennnismaking met het dragen van mondkapjes, of zoals de Belgen het noemen, gezichtsmaskers. Verplicht bij de receptie, douches en de WC's.
De volgende dag haalden we Calais. We bleven voor de jachthaven aan een boei liggen.
Met voltuig, het parasail, veel motoren in de mist, weer parasailen en toch weer op de motor kwamen we in Eastbourne aan. Heeft u gereserveerd? Dat moet dus ivm de Engelse Corona regels, naast het dragen van mondkapjes in winkels. Deze haven had 20 bezoekers ligplaatsen. Brighton, hun zusterhaven had er maar 10. Bellen dus voor een plekje. Maar goed ook, want op de marifoon hoorden we dat een jacht bijna werd geweigerd om Brighton binnen te lopen omdat al die 10 reeds bezet waren. Wij lagen in Brigton heel Coronaproof afgelegen op steiger 23, die hoorde bij de andere ingang van de jachthaven. Tijdens onze fietstocht in Brighton was het opvallend iets minderdruk dan andere zomers. Het viel ons wel op dat de Britten iets minder voorzichtig omgingen met de onderlinge Corona veiligheids maatregelingen. Sommige pubs zaten nog steeds bomvol en er werd bv bij de pier van Brighton niet aan de onderlinge minimale afstand van 2 meter gehouden.
Na veel gemotor tegen zwakke wind konden we de volgende dag ankeren aan het begin van Beaulieu River.
Op Cowes was het heel erg rustig. Misschien daarom kregen wij de echte belastingvrij diesel prijs van 63 p/l. Met een propvolle dieseltank konden we aan de overzijde aan een drijfstijger liggen, er was plek genoeg. Het was saai in Cowes zonder Cowesweek.
Het plan was om naar Cherbourg te gaan, na een nachtje ankeren in het mooie natuurgebied van Newton. De wind was te veel tegen en de golven te hoog, we zouden het niet halen. Dan maar langs de Engelse kust verder. Na een pittige aandewindse zeiltocht kwamen aan in Portland. Daar buiten lagen wel 9 grote cruiseschepen werkloos ten anker. Voor de jachthaven konden we vlak bij de dam naar Portland ankeren, in de harde wind, zonder golven. Perfecte omstandigheden voor de trainende surfers, zeilers en kiters die bezig waren. Allemaal met een draagvleugel of hydrofoil zweefden ze snoeihard over het water.
De volgende dag zagen we eindelijk veel zeiljachten naar buiten gaan. Dat was waarschijnlijk omdat er de komende dagen harde ZW wind zou gaan waaien. In Dartmouth moesten we op advies van de havenmeesters zelfs langzij een Engels jacht liggen. Zo druk was het met schuilende jachten. We lagen midden in de rivier aan een drijfsteiger. De drijfsteigers lagen als een lint met zware kettingen aan boeien. Drijfsteigers met de boten slingerden door de stroming en de windvlagen aan de zware kettingen. De volgende dag konden we naar de naast gelegen drijfsteiger liggen, tot opluchting van onze buurvrouw. Met de voorkant naar het winderige zuiden gericht en de pittige ebstroom van achteren, lagen we met lange reklijnen gereed voor de komende nog hardere wind. Met vlagen loeide de wind door de haven, maximaal 41 Kts wind hebben we gemeten. En ook al was de harde wind voorbij, er staan dan nog steeds enorme golven op zee.. Dus eerst een dagje uit met de stoomtrein.

 

 

Het plan was nog steeds om over te steken naar Frankrijk. De voorspeliingen gaven steeds het vooruitzicht dat het een paar dagen goed zou waaien om de Golf van Biskaje over te steken. Telkens was het dan beter om in de buurt van Brest te vertrekken voor de oversteek. Ondertussen hadden we app contact met de Vrijstaat die tegelijkertijd vanuit Falmouth naar Brest wilden zeilen.

 

 

Zondag 23 augustius was de dag met het beste weergaatje, om naar Brest te gaan. Helaas viel het best tegen. De wind was harder en meer tegen. De dwars stroming maakte het nog lastiger om naar Brest te sturen. Zelfs Saskia gaf haar principes op om dan maar in het donker zelfs in L´Aber Wrac´h binnen te lopen. Het is maar goed dat we dat lang hadden vol gehouden, want we haalden door de iets draaiende wind nog maar net Roscoff. Dat werd om 3 uur afmeren. Je verwacht het niet, maar er gingen tientallen wedstrijd jachten naar buiten. Met ruim 10 kts schoten ze vlak langs ons in het donker richting de oceaan. En weer waren we erg blij met de actieve AIS van deze snelle jongens en van ons.

 

 

 


Nu was er een weergaatje om op de motor van Roscoff naar Camaret te varen, tegen een beetje tegenwind van 5 kts. We hadden toch een mega volle dieseltank, en anders kwamen we nooit de hoek om. In Camaret hebben we de laatste boodschappen gedaan.
De wind voorspellingen voor een oversteek naar Spanje waren voor de 1ste dag een harde Noord wind en dan zou de wind weg vallen voor de volgende 2 dagen. We konden eindelijk zaterdag 29 augustus vertrekken.

 

 

 

 

 

 11 september- Spanje



(Wouter) Spanje zagen we maandag al op 60 mijl afstand. Dat waren de hoge kusten ten noordoosten van la Curuna . Wij stuurden naar de ingang van ria Camarinas en dat duurde tot de volgende dinsdag 1 september 8 uur.

Vlak voordat ik zaterdag 29 augustus de stekker van de walstroom er af haalde keek ik even naar de accumonitor: 120Ah uit ! Hoe kan dat nou weer? Hadden we elke dag op de groene knop op de laadpaal moeten drukken? We hadden veel gebruik gemaakt van de waterkoker en van de Nespresso koffie, fijn die walstroom. Dan maar even een uurtje later weg en de accu's laden. Er stond een harde wind in de haven en zeker buiten, dus de rest konden we zelf bij laden.
Eerst motorzeilen we een half uurtje de kaap om bij Camaret, daarna was het met harde ruime NO wind naar de Golf van Biskaje zeilen. De windmolen en de zonnepanelen konden de accu's makkelijk aanvullen. Na het passeren van de nauwe doorgang met stroom tegen bij IL de Sein kon de windvaan het sturen overnemen en begon de echte oversteek van de Golf van Biskaje.
Met een halve ingedraaide genua konden we gaan inslingeren met ruim 6 kts op de koers 213.
De wind ging zondag rond de middag al mider waaien, wat ook voorspeld was. Met het parasail konden we verder zeilen tot begin van de avond, toen was het echt op met de wind en ging de motor aan.
De wind golven waren al snel weg, maar de deining bleef uit het noordwesten komen. Maandag ochtend kwam onverwacht een heel licht oosterlijk briesje op zetten, we konden er zelfs op zeilen! Heerlijk rustig was dat. Zeilen als op het Haringvliet met een lange slome deining. Maar dat verdween eind van de middag, en konden we gaan motoren tot de ankerplek in Camarinas.
Met een heerlijke geur van dennenbomen vielen we iets na 8 uur in de ochtend in diepe slaap, na 373 mijl.

 

 

 

Na een een paar uur slapen gooien we de bijboot in het water en varen we een hele ondiepe rivier op aan de zijkant van Ria. Het is er erg mooi. We leggen de bijboot op een strandje en maken een wandeling door het bos erachter. Het is echt genieten. We komen andere wandelaars tegen waarvan er eentje snel een mondkapje uit haar zak haalt. Huh? Dat lijkt wat overdreven. Later op de wal maken we kennis met de Spaanse Corona maatregelen: altijd buiten een mondkapje dragen. Blijkbaar niet voor fietsers, op het terras en heel belangrijk: op het strand. De stranden zijn dan ook heel erg druk bezocht. Daar kan je ook gaan wandelen, zonder mondkapje.
Wat wel lastig was met het mooie warme weer: het water is veel te koud om in te gaan zwemmen, 10 tot wel 12 graden. We hebben het echt geprobeerd, tot onze kuiten.


Woensdag zijn we naar de baai van San Francisco gegaan , en ankerden we vlak voor het strand
. Het zou een windstille nacht worden, maar de wind ging toch opzetten en draaide ongunstig uit de ria, waardoor we in de wind golven kwamen te liggen. Dat merkten we ook het gebonk van de roeren. Gewoon niet aanstellen en negeren. Maar dat hebben we niet volgehouden en om 8 uur zijn we gevlucht van deze ankerplek.
Op de motor zijn we ria Arousa in gegaan. Volgens de kaartdiepte zaten we al lang vast, maar met de kiel bijna geheel omhoog konden we in 1,8m water vlak voor de haven van Cambados ankeren. Volgens de pilot was dit een oude havenstad en de moeite waard voor een bezoek. Dat viel best tegen. Weinig oud. Maar ik begon me steeds meer te ergeren aan het dragen van dat mondkapje. Ik zag het nut er niet van in om het overal te dragen. Bijna niemand op straat. Met de warmte erbij werd het mondkapje steeds meer een broeinest van ademdampen. Dit is niet genieten van Spanje.
Bij het strand van het eiland Arousa waren meer Spanjaarden die dat ook zo voelden. Het was er druk bij punta Chastellas waar wij ankerden. Het was er ook mooi, het leek wel op Isla Cies. Ook had het door de verscholen strandjes tussen grote rotsen een beetje Scandinavisch sfeertje. Op de kant naaldbomen tot aan de strandjes. Daar kon je wel zonder mondkapje genieten. Voor mij was alles daar strand.
Via weer Cambados, voor de wasserette en de supermarkt, zijn we vanwege de draaiende wind naar de andere kant van isla Arouse gegaan. We hadden al wel de rollende wolken boven de bergen gezien en dat het steeds mistiger werdt, maar toen we eenmaal in de buurt van de baai kwamen waar we wilden ankeren was het in een keer potdicht van de mist. Het was spannend binnenlopen omdat je echt geen10 meter ver kon kijken. We voeren bijna op een nijlpaard (niet een echte maar zo noemen we afgeronde rotsen die net boven het water uitkomen) en uiteindelijk maar aan de mooring van een visser gaan liggen. Het werd ondertussen ook al donker en met deze dichte mist vonden we dat wel een noodgeval. De volgende ochtend was het weer helemaal helder en konden we zien waar we eigenlijk lagen. Niet heel spectaculair dus we zijn meteen maar vertrokken naar de volgende baai. Lekker windje, dus prima zeilen.


Bij Playa Barra lagen we goed. Dat is een nudistenstrand, maar er waren er ook best veel badgasten in badkleding. Ik weet weet niet of het altijd zo is ,of het komt door Corona, maar de meeste badgasten waren aan het wandelen langs het water. Hele slierten van wandelaars langs het strand.
Oke, het was zaterdag. Op het strand was het druk, maar ook voor het strand, 100 boten ten anker.
Dat bonken bleef ons irriteren, dat houden we nooit een jaar vol. Ik had in de pilot gelezen dat je in VIgo alles kan laten reparen. Jachtwerf Yatessport in Punta Lagoa kwam volgens de Pilot en berichten op de app Navily het beste uit. We konden maandag 7 september gelijk het water uit. Hangend in de kraan probeerden we samen met de monteurs een rammel of een bonk te veroorzaken. Maar de roeren zaten goed in de lagerbussen, geen gebonk. Waren we voor niets uit het water gekomen? Totdat met een schroevendraaier een roer omhoog werd gedrukt: Bonk ! De roeren bewogen dus op en neer door de golven. Ten anker kon ik ze vanaf de zwemtrap bewegen. Tegelijkertijd hadden we contact met Hans & Anjo van ons grote zusterschip Heer Bommel. Heer Bommel stond toevallig ook op de kant, in Nederland. Zo kregen wij de tip dat de doppen die we er af hadden gesloopt in 2016 in Brest een functie hadden. Het tegengaan van dit bonken. En ga dat maar eens uitleggen aan de Spaanse monteur. Weer een toeval, Anjo is o.a. een vertaalster Spaans. Haar Spaanse tekst begreep de monteur direct. Toen begon het wachten op zijn acties.

 

 

 

 19 september- Bonkende roeren



(Wouter) Omdat de doppen die het op en neer bewegen van de roeren ook in het water geplaatst konden worden, zijn we dinsdag weer het water in gegaan. Op de kant was het een gedoe om s'nachts de boot af te klauteren en naar de afgelegen wc te lopen. En er was geen wifi ontvangst op de kant.
Elke ochtend na 9 uur liep ik naar het kantoor om te vragen of er al info was over de doppen. Irene van de administratie was de enige die Engels sprak en ook telkens verbaasd was dat er niets was ondernomen. Voor de afleiding zijn we elke dag maar naar Vigo gefietst, Lopend met de fiets omhoog, en racend op de fiets naar beneden. Een E-reader bij de media markt en een lekkere El Cortty bij El Corte Ingles.
Donderdag
waren we beiden boos. Dat hielp want er werd beloofd dat vrijdag ochtend een monteur zou komen. Vrijdagmiddag stond die opeens met zijn leerling bij de boot, van een extern bedrijf. Met 2 doppen in zijn handen, die boven op de roeren werden gezet. De 1ste dop zat er snel in en ondertussen konden we nog de 2de bewonderen. De werf was al met weekend, want ik moest afrekenen bij het tankstation, daar was een pin automaat. Irene had me eerder gebeld en vertelde dat het 360 zou kosten. Maar op de rekening was de 360 alleen voor de 2 doppen, want het totaalbedrag werd 770 !

Na een nachtje stiekem in de box zijn we naar Playa Barra gegaan. Het zou een mooi weekend worden. Er waren geen vergunningen meer beschikbaar om het weekend bij Isla Cies te mogen ankeren. Met de 1ste zonnestralen kwamen ook al de strandbezoekers. Snel werd het ook steeds drukker met boten die ook gingen ankeren. Een paar motorboten kwamen met hoge hekgolven aan en toen begon het te bonken in de Schorpioen. Nee, he ??? Alles voor niets geweest. Na goed zoeken vonden we speling in beide roeren. Daar hadden we genoeg tijd voor om ui te zoeken. Ik ben zelfs daarvoor het water in gegaan, 12,6 graden !! Saskia kwam er achter dat als de roeren in maximale roerstand stonden het bonken stopte. Het is een oplossing. Dat wordt wel een uitdaging met ankeren op een rivier met stroming.
Zondag zagen we dat er niemand meer bij Isa Cies lag. Onze 1ste toestemming voor maandag schoven wij op naar voren. Toevallig was het net als de vorige keer in 2016 bijna laagwater ,toen wij bij het kleine naast gelegen eiland ankerden. Dan komen er speciale mooie platte schelpen aangespoeld.
De volgende ochtend heb ik gebeld naar de werf. We konden op de kant als we voor 11 uur kwamen, want de grote kraan ging in onderhoud. Op de motor racen we naar de werf. Te laat ,want de kraanmontereurs waren al bezig, maar met hoogwater kon het ook met de kleine kraan. Maar gaat er nog wat gebeuren na hoogwater, na de siesta van15:30 uur? Nee, dat gaat niet. Oh, toevallig valt de reparatie mee en kan de hoge kraan morgen weer gebruikt worden. Is het dan niet handiger dat we morgen het water uit gaan? Oh ja , dat is goed hoor.
Dinsdag zodra we op de kant stonden hebben we zelf bb-roer er uit gehaald. Sb-roer kregen we er niet uit, die bleef steken na ongeveer 5 cm. In Brest 2016 hangend in de kraan is dat roer naar binnen gedrukt, met het gewicht van de schorpioen, dan krijgen wij hem er zeker niet uit. Ik sloop de middelste roerlagerbus van bb-roer er uit. Aan de binnenzijde zit aangoei ! Ook aan de roeras !? We zien dat waar de lagerbussen hebben gezeten, de aluminium roeras is versleten. Omdat het roer niet helemaal rond draaid om zijn as, is deze als het ware ovaal versleten. Door die ruimte komt het bonken, denken we. De werfbaas belt rond en de volgende dag komt een metaalbewerker kijken. Na het ook meten met een digitaleschuifmaat komt hij ook tot de zelfde conclusie. Hij gaat een nieuwe aangepaste middelste roerlagerbus maken van Delrin, en opvullingen voor beide onderste roerkoningen. Overigens hebben we het over ongeveer 0,3 mm speling.
Die avond gaf onze technische man op afstand, Edgar, de oplossing door het ovale gedeelte weer rondmaken met epoxcy. Epoxcy is ook nog harder dan aluminium. Dat stelde de werfbaas ook voor als oplossing. Dat vonden we een veel te groot risico om dat hier te laten doen, de onzekerheid wanneer dat gereed zou komen. Dat is meer een grote klus voor thuis.

Genoeg tijd om te kijken naar de windvoorspellingen: nog steeds geen zeilwind om verder naar het zuiden te gaan. Maar dan zie je ook dat een groot laagdrukgebied op de oceaan slecht weer brengt bij ons, kou en regen. En dat in Nederland de warmste Prinjesdag ooit is. We krijgens zelfs regen met onweer.
We hebben op de kant last van muggen, ondanks dat de achterzijde van de Schorpioen op 3 meter afstand is van de zoute ria. We hebben wel een mooi uitzicht van uit de kuip. Het grapppige is dat de geluiden die we in de boot horen, doen klinken alsof we wel in het water liggen. We horen hoe een visser bijna tegen de muur van de werf zijn kreefdenkooien inspecteerd. Toch lagen we liever in het water. Wat een gedoe om s'nachts een plas te doen, zeker nu in de kou. Op een ochtend stapt Saskia uit bed en gaat op de wc een plas doen. Pas tijdens het doorspoelen schrikt ze echt wakker.
Wat mis je dan als moderne reiziger: De Wifi, die het nog steeds niet wil doen op de werf.
Saskia heeft een Polarstep account gemaakt, een link is ook op onze homepagina gemaakt.

 

 

Volgens Oscar de werfbaas kwam de nieuwe lagerbus vrijdag ochtend. Tijdens de lunch wordt er geklopt tegen de huid van de Schorpioen. Dat gebeurd vaker, dan zijn het botenliefhebbers die even het geluid willen horen van het materiaal. Saskia vind dat vreemd, maar ik doe dat ook vaak als ik niet zeker weet welk materiaal achter een verflaag zit. Maar bij de Schorpioen is dat niet nodig, kaal aluminium. Oke, het klinkt bij ons wel mooi.
Nee, het was Oscar met de nieuwe lagerbus .
Direct gingen we aan de slag. De lagerbus werd extra glad gemaakt, binnen en buiten kant, en ingesmeerd met een dun laagje glijvet. Na flink hard beuken met een groot stuk hout kroop de lagerbus in de Schorpioen. Het uitstekende deel langs de huid afzagen en mooi rond afschuren. Saskia had een ramhoutje gemaakt met markeren voor het op zijn plaats tikken van de bovenste lagerbus. Anders werd deze door de roeras naar boven gedrukt, terwijl in het roer met een hydraulische krik naar binnen duwde .De stuurstangen konden vast en opruimen dan maar. Alles voor elkaar tijdens de siesta van het werfpersoneel. Of het gelukt is, vroegen ze. Tja, dat merken we pas als we voor anker liggen. Maar de Schorpioen kan het water in !
Varen we achteruit weg bij de kraan, loopt de waterinlaat van de motor vol met wierplanten. Drijven we bijna tegen grote dure motorboten aan. In onze box maak ik de kuip en dek schoon van het klussen. En we hebben weer wifi. De pompbediende komt langs met de rekening, en legt uit via Google translate, in het Engels , dat we een nachtje gratis mogen liggen.
Volgens de windvoorspellingen wordt het gunstiger na het weekend om verder te gaan naar het zuden.